Kwaliteit 

Bij borstvoeding draait het om vertrouwen: in jezelf, in je baby én in de begeleiding die je krijgt. Daarom werkt Alexandra volgens de hoogste internationale kwaliteitsnormen, met aandacht voor zowel kennis als menselijke betrokkenheid.

Ze is aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen (NVL) en gecertificeerd als IBCLC: International Board Certified Lactation Consultant. In haar werk volgt ze de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en Unicef. Deze vormen de ruggengraat van haar zorgvisie: babyvriendelijk, afgestemd op de biologische behoeften van baby én ouder.

De 10 richtlijnen van WHO en UNICEF voor het welslagen van borstvoeding

Vita Nova werkt volgens de internationale richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en UNICEF.
Deze tien vuistregels vormen wereldwijd de basis voor goede borstvoedingszorg. Ze zorgen ervoor dat ouders eerlijke informatie krijgen, deskundige begeleiding ontvangen en dat borstvoeding optimaal wordt ondersteund – met respect voor ouder én kind.

  1. Informeer alle medewerkers over het borstvoedingsbeleid en zorg dat zij weten hoe ze dit in de praktijk kunnen toepassen.
  2. Zorg dat alle betrokken zorgverleners de vaardigheden aanleren die nodig zijn om moeders te ondersteunen bij borstvoeding.
  3. Informeer aanstaande ouders over de voordelen en praktijk van borstvoeding – al tijdens de zwangerschap.
  4. Help moeders binnen één uur na de geboorte om borstvoeding te geven.
  5. Laat zien hoe moeders hun baby kunnen aanleggen en hoe ze melk kunnen afkolven, ook als moeder en kind tijdelijk gescheiden zijn.
  6. Geef pasgeborenen geen andere voeding of drank dan moedermelk, tenzij dit medisch noodzakelijk is.
  7. Zorg dat moeder en baby dag en nacht bij elkaar kunnen blijven (rooming-in).
  8. Moedig borstvoeding op verzoek aan, in plaats van vaste voedschema’s.
  9. Geef geen fopspenen of kunstmatige spenen aan baby’s die borstvoeding krijgen.
  10. Stimuleer het opzetten van borstvoedingsgroepen en verwijs moeders daarnaar zodra zij het ziekenhuis of de praktijk verlaten.

Bron: Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en UNICEF – Baby Friendly Hospital Initiative.

“Door te werken volgens deze richtlijnen zorgen we ervoor dat iedere ouder de juiste ondersteuning krijgt – afgestemd op de unieke behoeften van hun baby.”